De Kenmerken van een Geestelijke Leider

Verschenen in TijdSchrift, Magazine voor Pastoraat, Gezin en Gemeenteopbouw, 1ste kwartaal 2005, p. 22-28. (www.pastoralecounseling.org)

Ik omschrijf geestelijk leiderschap als weten waar God wil dat mensen zich bevinden en het initiatief nemen om ze daar te brengen met behulp van Gods methodes en vertrouwend op Gods kracht. Het antwoord op de vraag waar God wil dat mensen zich bevinden, is in geestelijke welstand en een levenswandel die Zijn heerlijkheid toont en Zijn naam eert. Daarom is het doel van geestelijk leiderschap dat mensen God leren kennen en Hem eren in alles wat ze doen. Geestelijk leiderschap beoogt niet zozeer mensen te sturen, maar mensen te veranderen. Als we het soort leiders willen zijn die we behoren te zijn, moeten we ons tot doel stellen personen verder te ontwikkelen veeleer dan plannen te dicteren. Je kunt mensen laten doen wat je wilt, maar als ze in hun hart niet veranderen, heb je ze niet geestelijk geleid. Je hebt ze niet meegenomen naar de plaats waar God ze hebben wil.

Iedereen heeft in één of ander verband wel de verantwoordelijkheid van een leider. Maar mijn belangstelling gaat in dit artikel naar de kenmerken die iemand moet bezitten om een geestelijk leider te zijn die zowel in de kwaliteit van zijn leiding uitblinkt, als in het aantal mensen dat hem volgt. Bijbels geestelijk leiderschap behelst een binnencirkel en een buitencirkel. de binnencirkel van geestelijk leiderschap is die keten van dingen die in de menselijke ziel moeten plaatsvinden, wil iemand de eerste beginselen van geestelijk leiderschap bereiken. Dit zijn de absolute minimum vereisten, dingen die elke christen in mindere of meerdere mate moet kunnen verwerven. En als ze voor iemand tot een passie geworden zijn, een diepe overtuiging, zullen ze hem ook dikwijls brengen tot krachtig leiderschap. In de buitencirkel treffen we kwaliteiten aan die zowel geestelijke als niet-geestelijke leiders kenmerken. Wat ik in dit artikel zou willen doen, is trachten deze kwaliteiten van de binnen- en buitencirkel eenvoudig uit te leggen en te illustreren.

de Binnencirkel van Geestelijk Leiderschap

1. DAT ANDEREN GOD GAAN EREN

Het uiteindelijk doel van elk geestelijk leiderschap is dat andere mensen mogen leren God te eren, d.w.z. dat ze zo gaan voelen, denken en handelen, dat ze het ware karakter van God grootmaken. Volgens Mattheüs 5:14-16 is één van de voornaamste mogelijkheden van een christen leider om anderen ertoe te brengen God te eren, iemand te zijn die vriend en vijand liefheeft. "Gij zijt het licht der wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw vader, die in de hemelen is, verheerlijken." Deze tekst laat zien dat er een zô typische instelling en levenshouding bestaat dat, als ze op het strijdtoneel van de gevallen mensheid zichtbaar wordt, ze een geldig bewijs levert dat er een God bestaat en dat Hij een unieke, betrouwbare hemelse Vader is. Als de realiteit van Gods beloften om voor ons te zorgen en alles voor ons te laten meewerken ten goede, ons hart zo aangrijpt dat we niet langer overgeleverd zijn aan hebzucht of angst of ijdelheid, maar integendeel voor andere mensen blijk geven van tevredenheid, liefde en vrijheid, dan zal de wereld moeten erkennen dat degene die ons hoop en vrijheid geeft, écht moet zijn, en schitterend bovendien.

2. VRIEND EN VIJAND LIEFHEBBEN DOOR TE VERTROUWEN OP GOD EN TE HOPEN OP ZIJN BELOFTEN

Maar hoe krijgen wij nu een liefde die sterk genoeg is om z'n vijanden te zegenen en voor hen te bidden? Het antwoord dat de Schrift geeft (en dit is het derde niveau in de binnencirkel) is, dat vertrouwen op God en hoop op Zijn beloften leiden tot liefde. Galaten 5:6 zegt: "Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende." D.w.z. als we een sterk geloof hebben in Gods goedheid, zal dat geloof zichzelf onvermijdelijk uitwerken in liefde. Colossenzen 1:4-5 zegt:
"Wij hebben gehoord van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop die voor u is weggelegd in de hemelen." Met andere woorden, als onze hoop sterk is, worden we bevrijd van angsten en zorgen die ons verhinderen om vrijwillig lief te hebben. Daarom moet een geestelijk leider iemand zijn die een sterk vertrouwen heeft in Gods soevereine goedheid die alles voor hem doet meewerken ten goede. Anders loopt hij onvermijdelijk in de val waardoor hij omstandigheden gaat manipuleren en mensen uitbuiten om voor zichzelf een gelukkige toekomst te verzekeren, waarvan hij niet zeker is dat God die zal voorzien.

3. MEDITEREN OVER EN BIDDEN BIJ ZIJN WOORD

Maar hoe zullen wij, zondaars, erin slagen om zulk vertrouwen in God te krijgen? Romeinen 10:17 zegt: "Zo is dan het geloof uit het horen en het horen door het Woord van Christus." En Psalm 119:18 luidt:
"Open mijn ogen, opdat ik aanschouw de wonderen uit Uw wet." Deze twee teksten samen tonen ons dat geloof in God geworteld is in Gods Woord. Als we Gods Woord horen, voornamelijk de prediking van Christus in wie alle beloften van God ja en amen zijn, worden we aangespoord om Hem te vertrouwen, maar dit gebeurt niet automatisch. We moeten bidden dat onze ogen geopend worden voor de ware betekenis van het Woord van God in de Schrift. Dus moet de geestelijke leider iemand zijn die mediteert over het Woord van God en bidt om geestelijke verlichting. Anders verzwakt zijn geloof, zijn liefde gaat wegkwijnen en niemand zal aangespoord worden om God te eren dankzij hem.

4. ERKEN JE HULPELOOSHEID

Tenslotte moeten we ons afvragen hoe iemand ertoe komt om tijd te willen maken en open te staan voor het Woord van God? Het antwoord lijkt te zijn, dat wij onze hulpeloosheid moeten erkennen. Het ware geestelijke leiderschap heeft z'n wortels in de ontreddering. Jezus prees de man die zei: "O God, wees mij, zondaar, genadig." Jezus zei over Zijn eigen zending: "Zij die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij die ziek zijn; Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar de zondaars." Dit betekent dat het begin van geestelijk leiderschap moet liggen in de erkenning dat wij die zieken zijn die een dokter nodig hebben. Als we eens tot dat punt afgedaald zijn, dan kunnen we open staan om het voorschrift van de dokter te lezen in het Woord. En naarmate we lezen over de wonderlijke beloften die daarin staan voor degenen die de dokter vertrouwen, wordt ons geloof sterker en onze hoop vaster. Als ons geloof dan sterk, en onze hoop vast is, zullen alle barrières om lief te hebben, zoals hebzucht en angst, worden weggevaagd. Als wij mensen worden die ons leven in de waagschaal durven stellen, zelfs voor onze vijanden, mensen die niet haatdragend zijn en die onze krachten besteden om de anderen goed te doen in plaats van onze eigen verheerlijking te zoeken, dan zullen de mensen dat opmerken en de eer geven aan onze Vader in de hemel.

Het gevolg van deze binnencirkel van leiderschap is dat je om leiding te kunnen geven, ook voor je mensen zult moeten uitgaan in bijbelstudie en gebed. Ik denk dat er geen succesvol geestelijk leiderschap zal zijn zonder langdurige periodes van gebed en meditatie over de Schrift. Geestelijke leiders dienen vroeg op te staan om God te ontmoeten, eer ze ook maar iemand anders zien. Mogelijk houden ze wel een dagboek bij van inzichten en gedachten bij het lezen van het Woord en bij het bidden. Ze moeten boeken willen lezen over de Bijbel (bijv. boeken van J.I. Packer, Paul Little, John Stott en tientallen andere uitstekende evangelicale schrijvers) en over gebed (bijv. de acht boeken van E.M. Bounds). Ze zullen af en toe een halve dag retraite moeten houden met een Bijbel, een notitieboekje en een liederenbundel. Wil je groot worden als leider van mensen, zul je ze soms moeten achterlaten om met God alleen te zijn.

HET VOORBEELD VAN HUDSON TAYLOR

In 'Het Geestelijk geheim van Hudson Taylor' (pag. 234 e.v.) beschrijft Dr. Howard Taylor een van de ervaringen uit zijn rijzen door China met zijn vader Hudson Taylor. Hij schrijft:

Het was voor Mr. Taylor niet gemakkelijk om tijd te maken voor gebed en bijbelstudie in zijn erg veranderlijk leven, maar hij wist dat dit noodzakelijk was. De schrijvers herinneren zich maar al te goed hoe ze maand na maand met hem in noord-China rondtrokken met kar en kruiwagen, en overnachtingen in de armoedigste herbergen. Er was vaak maar één grote kamer voor koelies en reizigers samen; toch schermden ze met gordijnen van allerhande stoffen een hoek af voor hun vader en één voor hen zelf. Als dan de slaap uiteindelijk enige rust had gebracht, hoorden ze een lucifer aanstrijken en speurden ze naar het flikkerende kaarslicht dat Mr. Taylor, hoe moe hij ook was, liet schijnen over de kleine tweedelige Bijbel die ze altijd bij zich hadden. Van twee tot vier uur 's morgens was de tijd die hij gewoonlijk doorbracht in het gebed, een tijd waarvan hij zeker was dat hij God ongestoord kon dienen. Dat flikkerende kaarslicht heeft meer voor hen betekend dan alles wat ze ooit gelezen of gehoord hebben over stil gebed; het was echt, geen preek maar praktijk.

Het moeilijkste in een zendingsloopbaan, aldus Mr. Taylor, is het onderhouden van geregelde, door gebed ondersteunde bijbelstudie. "Satan vindt altijd wel iets om te doen," zei hij, "als je dààrmee bezig hoort te zijn, al was het alleen maar het ophangen van een rolgordijn."

HET VOORBEELD VAN GEORGE MUELLER

George Mueller staat bekend om zijn groot geloof bij het werk in zijn weeshuizen. Zijn autobiografie bevat een gedeelte met als titel: "Hoe voortdurend blij te zijn in de Here." Hij klaagt hoe hij jarenlang getracht had 's morgens vroeg te besteden aan het gebed, en hoe zijn gedachten daarbij telkens weer afdwaalden. Toen deed hij een ontdekking. Hij noteert dit als volgt:

Eigenlijk is het zo: Ik zag veel duidelijker dan tevoren in dat het eerste en allervoornaamste waarop ik me elke dag moest richten was, hoe mijn ziel blij kon worden in de Here. Mijn hoofdbekommernis moest niet zijn hoe goed ik de Here kon dienen, hoe ik de Here kon verheerlijken, maar hoe ik mijn ziel in een toestand van blijdschap kon brengen en hoe mijn inwendige mens gevoed kon worden... Vôôr die tijd was het minstens tien jaar lang mijn dagelijkse gewoonte geweest om me 's morgens na het aankleden aan het gebed te wijden. Nu zag ik in dat het belangrijkste wat ik moest doen was, me te wijden aan het lezen van en het mediteren over Gods Woord. Daardoor kon mijn hart getroost, bemoedigd, gewaarschuwd, vermaand en onderwezen worden. Al mediterend zou mijn hart tot een diep doorvoelde gemeenschap met de Here gebracht worden. Dus startte ik vroeg in de morgen met meditaties over het Nieuwe Testament, te beginnen bij het begin. Het eerste wat ik ging doen, nadat ik in enkele woorden gebeden had om Gods zegen op Zijn dierbaar Woord, was gewoon beginnen met het Woord te overdenken. Ik ging elk vers als het ware doorzoeken om er een zegen uit te ontvangen. Mijn doel was niet de openbare bediening van het Woord, niet het preken uit hetgeen waarover ik had gemediteerd, maar voedsel voor mijn ziel te verkrijgen. Ik ontdekte dat dit haast altijd tot gevolg had dat mijn ziel al na een paar minuten tot belijdenis kwam, tot dankzegging, voorbede of smeking. Hoewel ik dus niet bewust ging bidden, maar mediteren, kwam ik toch haast onmiddellijk min of meer tot gebed. Als ik dan enige tijd had doorgebracht met belijden of voorbede doen, smeking of dankzegging, ging ik verder met de volgende woorden of het volgende vers. Weer kwam ik gaandeweg tot gebed voor mezelf of anderen, al naargelang het Woord me leidde. Toch hield ik het voedsel voor mijn ziel onafgebroken voor me als meditatiepunt.

Het resultaat van dit alles was, dat met mijn meditatie altijd een flink deel aan belijdenis, dankzegging, smeking of voorbede gemengd werd, dat mijn inwendige mens steevast en haast tastbaar werd gevoed en gesterkt. Tegen het uur van het ontbijt was ik dan ook bijna altijd in een vredige, zo niet blijde stemming.

Nu God me dit geleerd heeft, is het voor mij zonneklaar dat het eerste dat een kind van God elke morgen moet doen is, voedsel ontvangen voor de inwendige mens. Net zoals de uitwendige mens niet lang kan werken tenzij hij zich voedt en aangezien dat ook een van de eerste dingen is die we 's morgens doen, zou dat ook moeten gelden voor de inwendige mens. Iedereen heeft toch voeding nodig, nietwaar? Wat is nu het voedsel voor de inwendige mens? Niet het gebed, maar het Woord van God, d.w.z. niet zomaar het lezen van Gods Woord, zodat het alleen maar door onze gedachten stroomt als water door een buis, maar zich concentreren op hetgeen we lezen, er diep over nadenken en het ter harte nemen.

Door Gods genade heb ik aan deze werkwijze de hulp en de kracht te danken die ik heb ontvangen om in de vrede door diepere beproevingen van allerlei aard heen te komen dan ooit tevoren; en nu ik gedurende meer dan veertig jaar getracht heb op deze manier te werken, kan ik haar in de vreze Gods ten volle aanbevelen. Wat een verschil maakt het, of de ziel 's morgens vroeg reeds verkwikt en blij gestemd wordt, of dat de dienst, de beproevingen en verleidingen van de dag op je pad komen zonder dat je geestelijk bent voorbereid!

Het lezen van een brief die George Mueller in 1897 schreef aan het Britse en Buitenlandse Bijbelgenootschap, zou voor ieder van ons een aansporing moeten zijn om te blijven volharden in de meditatie over Gods Woord. in deze brief verontschuldigt hij zich voor het niet bijwonen van een vergadering te Burmingham. Hij schrijft: "Weest u zo goed de vergadering dit voor te lezen, dat ik gedurende 68 jaar en 3 maanden, d.i. sedert juli 1929, zonder onderbreking een bewonderaar ben geweest van het Woord van God. Al die tijd heb ik meer dan honderdmaal aandachtig doorheen het hele Oude en Nieuwe Testament gelezen met gebed en meditatie." Als we krachtige geestelijke leiders willen worden, moeten we wandelen zoals ook Hudson Taylor en George Mueller gewandeld hebben.

DE BUITENCIRKEL VAN GEESTELIJK LEIDERSCHAP

Iedereen in de gemeente heeft één of meer geestelijke gaven. Iedereen zou in de dienst betrokken moeten worden. Iedereen zou ernaar moeten streven anderen zover te brengen dat ze eer gaan brengen aan God door hun manier van denken, voelen en handelen. Toch zijn er ook enkele mensen aan wie de Here persoonlijke kwaliteiten heeft gegeven, waardoor ze betere leiders worden dan anderen. Niet al deze kwaliteiten zijn typisch christelijk, maar wanneer de Heilige Geest iemands leven vervult, wordt elk van deze kwaliteiten benut en gevormd ten dienste van Gods plannen.

1. RUSTELOOS

Geestelijke leiders hebben een heilige onvrede met het status quo. Niet-leiders hebben een traagheid die maakt dat ze vastzitten op een dood punt en daarvan maar moeilijk los te maken zijn. Leiders hebben een drang om te veranderen, te bewegen, hun gezichtsveld te verbreden, te groeien en een groep of organisatie op te tillen naar nieuwe dimensies van dienen. Ze hebben de geest van Paulus, die in Filippenzen 3:13 zei: "Broeders, ik voor mij acht niet dat ik het reeds gegrepen heb, maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vôôr mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus."
Leiders zijn altijd erg doelgerichte mensen. Gods heilsgeschiedenis is niet af. De gemeente is doortrokken van onvolkomenheid, verloren schapen zijn nog altijd niet in de schaapskooi, allerlei noden in de wereld worden niet gelenigd, zonde besmet de heiligen. Het is ondenkbaar dat we tevreden zouden zijn met de manier waarop alles reilt en zeilt in een gevallen wereld en een onvolmaakte gemeente. Daarom heeft het God behaagd enkele van Zijn mensen een heilige rusteloosheid te geven; deze mensen zullen zeer waarschijnlijk de leiders zijn.

2. OPTIMISTISCH

Geestelijke leiders zijn optimistisch, niet omdat de mens goed is, maar omdat God de leiding heeft. De leider moet z'n onvrede niet laten komen tot verslagenheid. Als hij de onvolkomenheid van de gemeente ziet, moet hij met de schrijver van Hebreeën (6:9) zeggen:
"Maar wat u betreft, geliefden, ook al spreken wij zo, wij zijn overtuigd van iets beters, waaraan uw heil hangt." Het fundament van zijn leven is Romeinen 8:28: "Wij weten dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen die God liefhebben, die volgens Zijn voornemen geroepenen zijn." Hij zegt met Paulus dat: "Hij die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons heeft overgegeven, ons met Hem zeker ook alle dingen zal schenken" (Romeinen 8:32). Zonder dit vertrouwen, gebaseerd op Gods goedheid die zich heeft geopenbaard in Jezus Christus, zou het doorzettingsvermogen van de leider wankelen en mensen zouden niet begeesterd worden. Zonder optimisme vervalt rusteloosheid tot wanhoop.

3. IJVERIG

De grote kwaliteit die ik zoek in mijn medewerkers, is de ijver. Romeinen 12:8 zegt dat, als je gave die van leiderschap is: "doe het dan in ijver." Romeinen 12:11 zegt: "Weest in ijver onverdroten, vurig van geest!" Als de discipelen zich herinnerden hoe Jezus zich had gedragen met betrekking tot Gods tempel, beschreven ze dat zo, met woorden uit het Oude Testament: "De ijver voor Uw huis heeft Mij verteerd" (Johannes 2:17). De leider volgt de raad van Prediker 9:10: "Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doe dat." Toen Jonathan Edwards jong was, schreef hij een lijst van zowat 70 voornemens. Het voornemen dat mij het meest geïnspireerd heeft, luidt ongeveer: "Het leven dat ik heb te leven met al m'n kracht." Graaf Zinzendorf van de Moraviërs zei: "Ik heb één passie. Dat is Hij en Hij alleen." Jezus waarschuwt ons in Openbaring 3:16 dat Hij lauwe mensen helemaal niet mag: "Omdat gij lauw zijt en noch koud, noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen." Geestelijke leiders moeten in afzondering gaan en overpeinzen welke onuitsprekelijke en verbazingwekkende dingen ze weten over God. Is hun leven één langgerekte geeuw, dan zijn ze gewoon blind. Leiders moeten getuigen dat de dingen van de Geest levende realiteit zijn. Dat kunnen ze niet, tenzij ze zelf ijverig zijn.

4. ZELFBEHEERSING

Met zelfbeheersing bedoel ik niet een gemaakte, passende en onbewogen houding, maar veeleer dat men meester is van z'n drijfveren. Als het de bedoeling is dat we anderen tot God leiden, kunnen we zelf niet naar de wereld gedreven worden. Volgens Galaten 5:23 is zelfbeheersing een vrucht van de Geest. Het is niet alleen maar wilskracht, maar het aanwenden van Gods kracht om meester te worden over onze emoties en begeerten, die ons kunnen misleiden of waardoor we onze tijd zouden besteden aan inspanningen zonder resultaat. In 1 Corintiërs 6:12 zegt Paulus: "Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten." De christen leider moet zijn eigen leven meedogenloos onderzoeken om te zien of hij ook maar in het minst de slaaf is van televisie, alcohol, koffie, golf, computerspelletjes, vissen, Playboy, masturbatie, lekker eten enz. Paulus zei in 1 Corintiërs 9:25-27: "Al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. Ik loop dan ook niet zomaar in den blinde en ik ben geen vuistvechter die zomaar in de lucht slaat. Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden." En in Galaten 5:24 zegt hij: "Wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd." Geestelijke leiders sporen slechte gewoonten onvermoeibaar op en kappen ermee door de kracht van de Geest. Ze horen en volgen Romeinen 8:13: "Indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven." Geestelijke leiders wensen vrij te zijn van al wat hun volste vreugde in God en hun dienst aan anderen hindert.

5. DIKHUIDIG

Eén ding is zeker: als je begint anderen te leiden, zul je bekritiseerd worden. Niemand wordt een belangrijk geestelijk leider als hij ernaar streeft anderen te plezieren en hun bijval te zoeken. Paulus zei in Galaten 1:10: "Tracht ik mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn." Geestelijke leiders zoeken geen eer van mensen, maar ze willen God behagen. Dr. Carl Lundquist, voormalig Directeur van het 'Bethel College and Seminary', zei in zijn laatste rapport aan de Algemene Baptistenconferentie, dat er haast geen jaar voorbijging van de 28 die hij de Conferentie gediend had, dat hij niet door velen actief werd tegengewerkt.
Als kritiek ons verlamt, zullen we het nooit maken als geestelijke leiders. Ik wil niet zeggen dat we mensen moeten zijn die de beledigingen niet voelen, maar wel dat we niet uit het veld geslagen moeten worden door de beledigingen. We moeten met Paulus in 2 Corintiërs 4:8 kunnen zeggen: "In alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren." We zullen de kritiek voelen, maar er niet door verlamd worden. zoals Paulus zegt in 2 Corintiërs 4:16: "Wij verliezen de moed niet." Leiders moeten in staat zijn depressies te verteren, want ze zullen er heel wat te slikken krijgen. Er zullen vele dagen zijn dat de verleiding om ermee te kappen heel sterk wordt door ondankbare mensen. Kritiek is één van satans meest geliefde wapens om krachtige christen leiders over te halen om de handdoek in de ring te werpen. Toch wil ik deze eigenschap van dikhuidigheid nader omschrijven. Ik wil niet de indruk geven dat geestelijke leiders doof zijn voor gegronde kritiek. Een goede leider moet niet alleen een dikke huid hebben, maar ook open staan voor terechte kritiek, nederig bereid zijn ze te aanvaarden en toe te passen. Geen enkele leider is volmaakt en Jonathan Edwards zei eens dat hij er een geestelijke sport van maakte naar de waarheid te zoeken in elke kritiek die hij kreeg, alvorens ze opzij te zetten. Dat is een goed advies.

6. DYNAMISCH

Luie mensen kunnen geen leiders zijn. Geestelijke leiders "kopen de tijd uit" (Efeziërs 5:16 SV). Ze werken terwijl het dag is, omdat ze weten dat er een nacht komt dat niemand kan werken (Johannes 9:4). Ze "worden niet moe van het goeddoen", want ze weten dat ze te rechter tijd zullen oogsten als ze niet verslappen (Galaten 6:9). Ze zijn "standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk des Heren, wetende dat hun werk niet tevergeefs is in de Here" (1 Corintiërs 15:58). Maar ze eisen niet de eer op voor deze grote energie, of roemen niet op hun inspanningen, omdat ze met de apostel Paulus zeggen: "Ik heb harder gewerkt dan allen, doch niet ik, maar de genade Gods die in mij is" (1 Corintiërs 15:10). En: "Hiervoor span ik mij in, onder zware strijd, naar Zijn werking die in mij werkt met kracht" (Colossenzen 1:29).
De wereld wordt bestuurd door vermoeide mensen, heeft ooit iemand gezegd. Een leider moet leren leven met druk. Niemand krijgt veel voor elkaar zonder limieten en limieten creëren altijd een gevoel van druk. Een leider ziet de druk van werk niet als een vloek, maar als een zegen. Hij wil zijn leven niet verdoen in overmatige ontspanning. Hij verkiest productief te zijn, biedt het hoofd aan druk en verhindert dat de toestand zorgelijk wordt. Hij vertrouwt op Gods beloften, zoals vermeld in Mattheüs 11:27, 28, Filippenzen 4:7, 8 en Jesaja 64:4.

7. EEN KRITISCH DENKER

"Weest kinderen in de boosheid, maar word in het verstand volwassen!" (1 Corintiërs 14:20). Het is niet makkelijk om een leider te zijn van mensen die je denken voor zijn. Een leider moet iemand zijn die gaat denken zodra hij een opeenstapeling van situaties ziet. Hij gaat met pen en kladbloc zitten krabbelen, schrijven en ontwerpen. Hij toetst alles in zijn geest en houdt over wat goed is (1 Tessalonicenzen 5:21). Hij is kritisch in de goede zin van het woord, dus niet naïef, grillig of modieus. Hij weegt dingen af, bekijkt de voor- en nadelen en zorgt dat hij altijd een illustratief argument klaar heeft voor de beslissingen die hij neemt. Zorgvuldig en rigoureus denkwerk staat niet haaks op vertrouwend gebed en goddelijke openbaring. De apostel Paulus zei tot Timotheüs: "Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven" (2 Timotheüs 2:7). Met andere woorden, Gods manier om ons inzicht te geven betekent niet het kortsluiten van het intellectuele proces.

8. UITGESPROKEN

Het is moeilijk anderen te leiden als je je gedachten niet duidelijk en krachtig kunt verwoorden. Leiders als Paulus trachten mensen te overtuigen, niet te dwingen (2 Corintiërs 5:11). Leiders die geestelijk zijn, verzamelen geen volgelingen om zich heen met onzin, opwellingen of losse woorden, maar veeleer met frisse, degelijke, overtuigende volzinnen. Zoals alle goede leiders streefde de apostel Paulus naar duidelijkheid in wat hij zei. Zo vroeg hij in Colossenzen 4:3,4 de mensen om voor hem te bidden, opdat hij het geheimenis van Christus zô in het licht mocht stellen, als hij het behoorde te spreken. Het is verbijsterend en bedroevend hoeveel mensen vandaag de dag niet eens in staat zijn in complete volzinnen te spreken. Het resultaat is dat een dikke mist hun denken omhult. Zij, noch hun toehoorders weten precies waarover gesproken wordt. Een nevel bedekt de discussie en je gaat weg en vraagt je af waarover het eigenlijk ging. Als niemand uitstijgt boven de warrigheid en verbale chaos van "Weet je wel...", "Ik bedoel maar...", "Werkelijk waar", dan is er geen sprake van leiderschap.

9. BEKWAAM OM TE ONDERWIJZEN

Het verbaast mij niet dat enigen van de grote leiders van de Bethlehem Baptistengemeente mensen waren, die ook markante leraars zijn. Volgens 1 Timotheüs 3:2 zou ieder die streeft naar het ambt van oudste in de gemeente, in staat moeten zijn te onderwijzen. Wat is een goede leraar? Ik geloof dat een goede leraar ten minste de volgende kenmerken heeft.

  • Een goede leraar stelt zichzelf de moeilijkste vragen, zoekt naar de antwoorden en stelt dan provocerende vragen op voor zijn leerlingen om hun denken te stimuleren.
  • Een goede leraar splitst zijn onderwerp op in onderdelen, ziet de verbanden en ontdekt de eenheid van het geheel.
  • Een goede leraar kent de problemen die de leerlingen kunnen ondervinden met zijn onderwerp, moedigt hen aan en helpt ze over de hobbels van de ontmoediging heen.
  • Een goede leraar voorziet tegenwerpingen en doordenkt ze, zodat hij ze op verstandige wijze kan beantwoorden.
  • Een goede leraar kan zich inleven in de situatie van een verscheidenheid van leerlingen en daardoor moeilijke dingen uitleggen in bewoordingen die duidelijk zijn vanuit hun standpunt.
  • Een goede leraar is concreet, niet abstract, specifiek, niet algemeen, duidelijk, niet vaag, kwetsbaar, niet ontwijkend.
  • Een goede leraar vraagt altijd: "En dan?" en tracht te begrijpen hoe ontdekkingen heel ons systeem van denken vormen. Hij tracht verbanden te leggen tussen ontdekkingen en het dagelijkse leven en vermijdt de hokjesgeest.
  • Het doel van een goede leraar is het hele leven en denken tot een eenheid te vormen die Christus eer aandoet.

10. EEN GOEDE MENSENKENNER

Jezus kende de harten van mensen (Johannes 2:17) en Hij spoorde ons aan om vooruitziend te zijn bij het inschatten van anderen (Mattheüs 7:15 e.v.). Leiders moeten weten wie voor welk werk geschikt is. Goede leiders hebben goede neuzen. Ze halen de meelopers er onmiddellijk uit, degenen die altijd luisteren zonder ooit te leren of te veranderen. Ze kunnen talent ontdekken bij een beginneling. Ze horen al snel de echo's van trots, huichelarij en wereldse gezindheid. De geestelijke leider vaart een voorzichtige koers tussen de gevaren van starre vooroordelen enerzijds en onverschilligheid anderzijds.

11. TACTVOL

Paulus zei in Colossenzen 4:5, 6: "Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte. Uw spreken zij te allen tijde aangenaam, niet zouteloos; gij moet weten hoe gij aan ieder het juiste antwoord moet geven." En de schrijver van Spreuken zei: "Een woord, in juiste vorm gesproken, is als gouden appelen op zilveren schalen" (25:11). We moeten bedenken dat leiders ernaar streven harten te veranderen, niet enkel dat taken worden uitgevoerd. Daarom is het onnodig buitensluiten van mensen zelfvernietigend. Tact is die genadegave die het vertrouwen van mensen wint die er zeker van zijn dat je niets dwaas zult doen of zeggen. Je kunt je volgelingen niet begeesteren als mensen verlegen het hoofd moeten buigen bij de ongepaste en harteloze dingen die je zegt of doet. Voor een leider is tact bij uitstek nodig om het hoofd te helpen bieden aan pijnlijke of tragische situaties. Bijv.: bij het leiden van een groep gebeurt het niet zelden dat iemand iets zegt dat absoluut niet ter zake is en door alle anderen als ontzettend dom wordt ervaren. Een tactvol leider moet in staat zijn de aandacht van de groep terug naar het hoofdonderwerp van het gesprek te brengen, zonder dat die ander het voorwerp van spot wordt. Een ander voorbeeld dat ik me herinner, is een gebeurtenis op Wheaton College. Ik was aanwezig bij een dienst in de kapel toen V. Raymond Edman op de preekstoel een hartaanval kreeg, ineenzakte en overleed. Hudson Armerding, die hem volgde als directeur, zat achter hem toen Dr. Edman plots ophield midden in z'n preek, een stap opzij zette en viel. In één van de mooiste en meest fijngevoelige demonstraties van tact die ik ooit zag, knielde Dr. Armerding snel naast hem neer terwijl 2.000 studenten verstomden. Daarna stond hij op, ging ons voor in een kort gebed waarin hij Dr. Edman aan de Here opdroeg en zond de studenten rustig weg. Dr. Edman stierf terwijl wij naar buiten gingen.

De tact van een leider moet tot uitdrukking komen in een directe confrontatie. Wie niet bereid is naar iemand toe te gaan die een vermaning of terechtwijzing nodig heeft, zal geen succesvol geestelijk leider zijn. In combinatie met zijn mensenkennis zal tact iemand die leiding geeft in staat stellen om delicate onderhandelingen te voeren en tegengestelde standpunten te verzoenen. Zijn woordkeus is veeleer sluw dan stuntelig (het is een groot verschil of je zegt: "Je voet is te groot voor deze schoen", of: "Deze schoen is te klein voor je voet").

12. THEOLOGISCH GERICHT

Colossenzen 3:17 zegt: "Doet alles in de naam des Heren Jezus." 1 Corintiërs 2:16 spreekt over de geestelijke mens als iemand die de Geest van Christus heeft. Een geestelijk leider weet dat heel het leven tot in z'n kleinste details te maken heeft met God. Als we mensen moeten leiden zodat ze Gods heerlijkheid zien en weerspiegelen, moeten we over alles theologisch nadenken. We moeten naar een synthese van alle dingen toe werken. We moeten nagaan hoe de dingen met elkaar in overeenstemming zijn. Hoe hangen oorlog, sport, pornografie, verjaardagspartijtjes, literatuur, ruimtereizen, ziekte en ondernemen allemaal samen? In welk verband staan ze met God en Zijn plannen?

Leiders moeten een theologisch standpunt hebben, dat hen helpt bij het leggen van verbanden tussen alle dingen. Dat geeft hun een stabiliteit die verhindert dat ze worden meegesleept door plots veranderende omstandigheden, of door nieuwe winden van leer. Ze weten voldoende over God en Zijn wegen om te zien dat de dingen over het algemeen in een patroon passen en ook zin hebben, zelfs al zijn ze onaangenaam. Daarom steekt een leider niet ontmoedigd de handen in de lucht, maar gaat onverminderd voort op de weg naar God.

13. EEN DROMER

Dit zegt Joël 2:28 over de laatste dagen (waarin we thans leven): "Uw ouden zullen dromen dromen en uw jongelingen zullen gezichten zien." Dit is de positieve tegenhanger van rusteloosheid. We moeten niet alleen ontevreden zijn met het heden, maar ook dromen van wat de toekomst kan brengen. In 2 Koningen 6:15-17 worden Elisa en zijn knecht in de stad Dothan omringd door de Assyriërs. Als de knecht dit ziet en het van ontzetting uitschreeuwt, bidt Elisa en zegt: "O Here, open zijn ogen opdat hij mag zien." En de Here opent de ogen van de jongeman en hij ziet; "en zie, de berg was vol paarden en wagens van vuur rondom Elisa".

Leiders zien hoe de kracht Gods de toekomstige problemen overschaduwt. Dit is een buitengewone gave - de soevereine kracht van God te zien temidden van schijnbaar overweldigende weerstand. De meeste mensen zijn specialist in het zien van alle problemen en redenen om geen risico te lopen en vooruit te gaan. Menig voorganger wordt gekelderd door kerkenraden die denken dat ze hun plicht gedaan hebben als ze alle mogelijke hinderpalen en problemen hebben opgeworpen tegen een idee dat hij inbrengt. Dat is goedkoop. Hoop en uitkomsten zijn duur. De geest van stoutmoedigheid heeft z'n prijs vandaag. O, wat hebben we een nood aan mensen die al was het maar vijf minuten per week willen besteden om te dromen van wat mogelijk zou kunnen gebeuren. De tekst zegt dat oude mannen dromen zullen dromen. Hoe triest is het dan om te zien dat zoveel oude mensen menen dat hun leeftijd betekent dat ze nu kunnen 'freewheelen' en de creativiteit aan de jongeren overlaten. 't Is tragisch als leeftijd de mens afstompt veeleer dan zijn creativiteit te doen toenemen. Elke nieuwe gemeente, organisatie, zending of instelling, ieder streven is het resultaat van iemand die een visie heeft en daar koppig aan vasthoudt.

14. GEORGANISEERD EN EFFICIENT

Een leider houdt niet van rommel. Hij wil weten waar en wanneer iets het makkelijkste kan bereikt en gebruikt worden. Hij verkiest de rechte lijn als model, niet de cirkel. He kan wel janken van vergaderingen die maar blijven rondcirkelen in irrelevante vooropstellingen en maar niet tot besluiten kunnen komen. Als er iets gedaan moet worden, heeft hij daarvoor een driestappenplan en ontvouwt dat. Een leider ziet de samenhang tussen een raadsbeslissing en de implementering ervan. Hij vindt manieren om de tijd maximaal te benutten en bouwt z'n tijdschema zô op dat hij maximaal kan renderen. Hij reserveert grote tijdsblokken voor zijn kerntaken en gebruikt ook de kleine tijdsperiodes, zodat ze niet verloren gaan. Bijv.: wat doe je terwijl je je tanden poetst? Kun je eventueel een tijdschrift op het handdoekenrek zetten en een artikel lezen? Een leider neemt tijd om z'n dagen, weken, maanden en jaren te plannen. Ook al is het God die uiteindelijk de stappen van de leider bepaalt, doet deze er goed aan zijn weg te plannen. Een leider is geen kwal die heen en weer geslingerd wordt door de golven, maar oog geen onbeweeglijke oester. Een leider is de dolfijn van de zee die tegen de stroom in of met de stroom mee kan zwemmen, zoals het hem schikt.

15. BESLUITVAARDIG

In 1 Koningen 18:21 roept Elia uit: "Hoelang zult gij aan beide zijden mank gaan? Indien de Here God is, volgt Hem na; maar indien het Baäl is, volgt hem na." Een leider kan niet verlamd worden door besluiteloosheid. Hij neemt veeleer risico's dan niets te doen. Hij dompelt zichzelf onder in gebed en in het Woord; dan vertrouwt hij zich voor zijn beslissingen toe aan Gods soevereine kracht, wetend dat hij meer dan waarschijnlijk vergissingen zal begaan.

16. VOLHARDEND

Jezus zei in Mattheüs 24:13: "Wie volhardt tot het einde, zal behouden worden." Paulus zei in Galaten 6:9: "Laten wij niet moe worden goed te doen." We leven in een tijd dat gewoonlijk onmiddellijke voldoening wordt geëist. Dit betekent dat er maar weinigen zijn die uitblinken in de deugd van volharding. Zeer weinigen gaan door en gaan door in dezelfde bediening als er ernstige moeilijkheden opduiken. Nochtans, visie zonder volharding resulteert in sprookjes, niet in een vruchtbare zending. Mijn vader vertelde me ooit dat de reden waarom volgens hem vele voorgangers geen opleving zien in hun gemeente, is dat ze weggaan vlak vôôrdat het gebeurt. De lange kuur is zwaar, maar ze loont. De dikke boom wordt geveld door vele, vele kleine slagen. De kritiek die op je weg komt, wordt snel vergeten, als je de wil van God blijft doen.

17. EEN MINNAAR

Ik spreek hier rechtstreeks tot mannen die getrouwd zijn en leiding geven. Paulus zei in Efeziërs 5:25: "Mannen, hebt uw vrouwen lief!" Hou van haar! Hou van haar! Wat baat het een man als hij een grote aanhang wint en z'n vrouw verliest? Waar hebben we mensen heengeleid, als ze zien dat dit ons tot echtscheiding brengt? Wat we vandaag nodig hebben, zijn leiders die ook grote minnaars zijn. Mannen die gedichten schrijven, liedjes zingen en bloemen kopen voor hun vrouwen om geen enkele andere reden dan dat ze van hen houden. We hebben leiders nodig die weten dat ze zo nu en dan een dag alleen met hun vrouw moeten doorbrengen; leiders die niet vervallen in de gewoonte om hun vrouwen uit te lachen en op hun plaats te zetten, vooral met kleine nonchalante opmerkingen in publiek; leiders die in het openbaar lovend spreken over hun vrouw en haar spontaan complimentjes maken als ze alleen zijn; leiders die hun vrouw teder aanraken op andere ogenblikken dan wanneer ze in bed liggen. Eén van de grootste verleidingen voor een actieve leider is als hij z'n vrouw begint te behandelen als een soort seksobject. Dat begint duidelijk te worden als hij haar alleen maar hartstochtelijk kust of streelt, als hij tracht haar het bed in te lokken. Het is tragisch als een vrouw een ledenpop wordt voor zelfbevrediging. Ontdek welke haar lusten zijn en breng haar tot de hoogste ervaring van seksueel genot. Praat met haar en leer haar verlangens kennen. Kijk haar in de ogen als je met haar praat. leg de krant neer en zet de televisie uit. Open de deur voor haar. Help haar met de afwas. Bouw eens 'n feestje voor haar. HOU VAN HAAR! HOU VAN HAAR! Doe je dat niet, dan kan al je succes als leider op een dag thuis in een complete mislukking uiteenspatten.

18. RUSTIG

We begonnen met de rusteloosheid als kwaliteit en we eindigen met die van de rust. "Als de Here het huis niet bouwt, tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan; als de Here de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. Het is voor u tevergeefs dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet - Hij geeft het immers Zijn beminden in de slaap" (Psalm 127:1,2). De geestelijke leider weet dat de productiviteit van zijn arbeid uiteindelijk berust bij God en dat God meer kan doen terwijl hij slaapt dan hijzelf zonder God zou kunnen als hij wakker is. Hij weet dat Jezus tot Zijn bedrijvige discipelen zei: "Komt hier en gaat met Mij alleen naar een eenzame plaats en rust een weinig" (Marcus 6:31). Hij weet dat één van de Tien Geboden was: "Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is een Sabbat voor de Here uw God" (Exodus 20:9,10). Hij is niet zozeer aan werk verslaafd dat hij niet zou kunnen rusten. Hij is een goed rentmeester van zijn leven en gezondheid. Hij maximaliseert het geheel van z'n arbeid door de mogelijke spanning te meten waaronder hij kan werken zonder zijn efficiëntie te verminderen, of z'n leven te zeer te verkorten.

Besluit

Er zijn ongetwijfeld vele andere kwaliteiten die vermeld zouden kunnen worden en die, als iemand ze heeft, een nog succesvoller leider van hem zouden maken. De hoger genoemde kwaliteiten kwamen me gewoon voor de geest bij het overpeinzen van dit onderwerp. Men moet niet in al deze dingen uitblinken. Echter, hoe meer elk daarvan bij iemand gerijpt is, hoe krachtiger en vruchtbaarder hij zal zijn als leider. Laat me nogmaals onderstrepen dat het de binnencirkel is die het leiderschap geestelijk maakt. Elk waarachtig leiderschap begint in een gevoel van ontreddering, de wetenschap dat we hulpeloze zondaars zijn die een grote Verlosser nodig hebben. Dat brengt ons tot luisteren naar God in Zijn Woord en roepen tot Hem om hulp en inzicht in het gebed. Dit leidt op zijn beurt tot vertrouwen in God en hoop op Zijn grote en kostbare beloften. Dit maakt ons vrij voor een leven van liefde en dienstbetoon, die uiteindelijk aanleiding zullen zijn voor andere mensen, dat ze onze Vader in de hemel zullen zien en Hem de eer zullen geven.

©2014 Desiring God Foundation. Used by Permission.

Permissions: You are permitted and encouraged to reproduce and distribute this material in physical form, in its entirety or in unaltered excerpts, as long as you do not charge a fee. For posting online, please use only unaltered excerpts (not the content in its entirety) and provide a hyperlink to this page. For videos, please embed from the original source. Any exceptions to the above must be approved by Desiring God.

Please include the following statement on any distributed copy: By John Piper. ©2014 Desiring God Foundation. Website: desiringGod.org